Radiovoorstel

Vragen die in het radiovoorstel aan bod komen:
a) Wat wordt met de (radio-)campagne beoogd?
b) Wat is de mediadoelgroep en mediadoelstelling?
c) Welke zenders worden ingeschakeld?
d) Hoe wordt het radiobudget over de zenders verdeeld?
e) In welke tijdvakken wordt geadverteerd?

Op basis van de omschrijving van de communicatiedoelgroep wordt een mediadoelgroep bepaald. In de praktijk betekent dit meestal dat een rijke kwalitatieve omschrijving vertaald wordt naar kenmerken die worden gehanteerd in het Nationaal LuisterOnderzoek (NLO). Die vertaling is van belang om doelgroepen te kunnen kwantificeren en om de mediaprestaties (bereik en contacten) inzichtelijk te kunnen maken. Daarbij wordt gezocht naar een zo goed mogelijke match tussen de communicatiedoelgroep en de doelgroepen waarover in het NLO socio-economische-, lijfstijlkenmerken en interessegegevens te vinden zijn.

De mediadoelstellingen maken een essentieel onderdeel uit van het radiovoorstel. Wat is het bereik waarnaar wordt gestreefd, oftewel: hoe hoog is het percentage van de doelgroep dat we tenminste eenmaal met de commercial willen bereiken? En wat is de effectieve contactrange? Bij een te lage contactfrequentie werkt de commercial nog niet (wear in). Een te hoge contactfrequentie kan irritatie opwekken, dat ten koste gaat van de effectiviteit (wear out). Een veel gebruikte ervaringsregel voor een maximaal effectief bereik is dat de doelgroep gedurende de looptijd van de campagne zeven tot acht keer de commercial moet horen.